Voorbeeld: Kettingbotsing op de A-52.

Op 1 januari botsten `s nachts in dichte mist op de A-52 nabij Arnhem een 33-tal auto's op elkaar. De ravage was enorm. Politie en hulpdiensten besloten daarom direct over te gaan tot het helpen van de slachtoffers. Hiertoe werden de wrakken van de betrokken voertuigen uit elkaar getrokken, zonder eerst situatieschetsen/-beschrijvingen te maken. Door deze werkwijze was het onmogelijk later het ongeval te reconstrueren en kon niet worden vastgesteld wie er aansprakelijk was voor de schade van de verschillende slachtoffers. Met uitzondering van enkele specifieke regelingen, is het principe van het Nederlandse schadevergoedingsrecht, dat de schadelijder dient aan te tonen dat hij inderdaad schade geleden heeft, wat de omvang van zijn schade is en wie er voor het ontstaan van die schade verantwoordelijk/aansprakelijk, dus schadevergoedingsplichtig is. Bij het A-52 ongeluk dreigden de slachtoffers hun schade nergens te kunnen verhalen. Want hoewel op zich wel vaststond dat iemand anders aansprakelijk was voor de schade (de slachtoffers zaten in voertuigen die door andere voertuigen waren aangereden), was het voor hen praktisch onmogelijk aan te tonen wie er nu precies verantwoordelijk was voor de door hen geleden schade. Hun vorderingen waren gedoemd te stranden op bewijsonmacht. Op initiatief van de Nederlandse Vereniging van Automobielassuradeuren (NVVA) troffen de betrokken verzekeraars een regeling, die vergoeding van de letselschade van de slachtoffers waarborgde. Een dergelijke, uitzonderlijke regeling zou niet nodig geweest zijn, indien de Schade Verzekering Inzittenden (SVI) op grotere schaal in de markt gelegen zou hebben.

 

Karakter van de TIS-OI

Er zijn situaties denkbaar waarin een inzittende van de auto ten gevolge van een ongeval personenschade lijdt (lichamelijk letsel oploopt of komt te overlijden) en waarin geen aansprakelijke partij is aan te wijzen.

Gevallen waarin dit speelt zijn:

• bewijsonmacht; het geval dus waarin iemand anders het slachtoffer schade heeft berokkend, doch het slachtoffer er niet afdoende in slaagt dit te bewijzen (het A-52 voorbeeld);

• eigen schuld van het slachtoffer (bijvoorbeeld de bestuurder van een auto die ten gevolge van een eigen verkeersfout gewond raakt, hierbij dient ook aan eenzijdige ongevallen te worden gedacht);

• overmacht (bijvoorbeeld de plotselinge, onverwachte harde windstoot op een fraaie zomerdag, waardoor de auto van de weg raakt).

In deze gevallen kan het voorkomen dat het slachtoffer met (een deel van) de door hem geleden schade blijft zitten. Het is dus mogelijk dat het slachtoffer ten gevolge van een verkeersongeval in een financieel aanmerkelijk nadeliger positie komt te verkeren.

 

De OVI-uitkering zal dit financiële nadeel in lang niet alle gevallen kunnen opvangen. De TIS-OI uitkering zal hiertoe veelal wel in staat zijn.

 

Werking van de TIS-ongevallenverzekering

De werking van de TIS-OI is in feite heel eenvoudig. Indien een verzekerde ten gevolge van een verkeersongeval schade lijdt, claimt hij deze schade bij de eigen verzekeraar   Deze zal de schade rechtstreeks met het slachtoffer afwikkelen.

 
TIS verzekeringen      |    Postbus 12887     |      1100 AW Amsterdam       |     Tel: 020 - 6368191     |      Email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. |     TIS Facebook